'Pedagogisch medewerkers bij Doomijn worden kindertalentenfluisteraars'
Felicia Westerhof, Lisette Plat en Gerdien de Haan waren afgelopen schooljaar het leerteam van Doomijn, locatie Staatssecretarislaan, in Zwolle. Als onderwerp voor hun vraagstuk hadden ze gekozen voor ‘Kindertalentenfluisteraar’. Het doel was dat de pedagogisch medewerkers van de locatie de bijbehorende methode gaan toepassen in hun dagelijks werk. De drie studenten delen hun ervaringen.
Een kindertalentenfluisteraar voert talentgesprekken met kinderen. Waarom hebben jullie voor dit onderwerp gekozen?
Felicia en Lisette: “Wij konden kiezen uit drie onderwerpen, waaronder ‘Kindertalentenfluisteraar.’ En die sprong er voor ons uit: het is een onderwerp dat goed past in de kinderopvang, het draagt bij aan de ontwikkeling van het kind omdat het kinderen op een positieve manier stimuleert. Zo streeft Doomijn naar een wereld waarin alle kinderen hun talenten leren kennen op een laagdrempelige manier. Hoe je dat doet, is wat wij hebben onderzocht.”
Gerdien vult aan: “En omdat ik op school al les gekregen had van Luk Dewulf (met Els Pronk initiatiefnemer van het project Kindertalentenfluisteraar, red.) wist ik dat je door die methode toe te passen met een andere blik naar kinderen en talent gaat kijken.”
Jullie hebben onderzocht waar een kind blij van wordt. Hoe deden jullie dat?
Felicia, Lisette en Gerdien: “Wij hebben meerdere activiteiten uitgevoerd op het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal en de bso. Daarbij gingen wij steeds op een positieve manier in gesprek met de kinderen. Door middel van doorvragen en aanmoedigen, toonden we interesse.”
Kunnen jullie een paar voorbeelden van activiteiten noemen?
Felicia, Lisette en Gerdien: “De kinderen van het kinderdagverblijf mochten bijvoorbeeld een kleurplaat van een regenboog inkleuren. Wij stelden hen een willekeurige vraag en vandaaruit vroegen we op een positieve manier door. Bijvoorbeeld: wat vind je leuk om te doen, waar ga je graag naar toe, met wie doe je dat graag en waarom en wat vind je daar dan leuk aan. Wij schreven de antwoorden op zodat we een goed beeld van elk kind kregen. Vervolgens koppelden we er bij elk kind een talent aan. Toen we dit naar de collega’s terugkoppelden, gaven ze aan dat die talenten ook pasten bij de kinderen.”
Wat kwamen jullie tegen tijdens jullie onderzoek?
Felicia, Lisette en Gerdien: “De activiteiten op de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf waren vooral gericht op het benoemen van talenten. Dit was best lastig, omdat dit niet werkt met deze leeftijdsgroep. Een gesprek voeren en talenten achterhalen lukte wel aardig, maar een kind van twee jaar begrijpt dit nog niet. Ze konden wel benoemen dat ze bijvoorbeeld een bal zagen op een talentenfoto, maar niet wat het zou kunnen betekenen. Daar liepen wij toen op vast en we hebben Els Pronk om advies gevraagd. Zij gaf aan dat het niet gaat om het talent te ontdekken, maar om de ‘blije snoetjes’ te vinden, te ontdekken waar wordt het kind nou echt blij van. Laat een peuter zelf zijn ding doen, dan loopt hij zelf wel naar dat wat hij leuk vindt.”
En welke rol heeft de pedagogisch medewerker daarin?
Felicia, Lisette en Gerdien: “Een pedagogisch medewerker kan het kind helpen door middel van attitude en gedrag door dat aan te bieden waar het kind blij van wordt. Voor het gesprek met Els Pronk hadden wij als doel gesteld dat aan het einde van het schooljaar alle pedagogisch medewerkers de kindertalentenfluisteraar-methode toe zouden passen in hun dagelijks werk. Na ons gesprek met haar hebben we ons doel bijgesteld: alle pedagogisch medewerkers weten van elk kind waar het blij van wordt. Dit is de basis om de talenten te ontdekken. Wel is het de bedoeling dat iedereen het certificaat haalt en de methode toe gaat passen in het dagelijks handelen.”
Het doel is dus dat de pedagogisch medewerkers het certificaat kindertalentenfluisteraar halen en dat wat jullie onderzocht hebben gaan toepassen. Daarbij gaan ze op zoek naar blije snoetjes: hoe doen ze dat?
Felicia, Lisette en Gerdien: “Door positief, nieuwsgierig en leergierig te zijn. Daarbij hebben we handvaten gegeven. Zo hebben we overdrachtsformulieren gemaakt die gericht zijn op dat waar een kind blij van wordt. Bedoeling is dat deze formulieren met de kinderen mee naar school gaan zodra zij vier jaar worden. Daarnaast hebben we gekeken hoe wij passende activiteiten – dus geen verplichte, maar activiteiten waar kinderen blij van worden – terug kunnen laten komen in het dagelijkse programma. En dan voor elk kind iets. Wij ontdekten dat dit niet ingewikkeld hoeft te zijn: elk kind wordt van iets anders blij. En dat kan al iets heel kleins zijn.”
Zijn er nog ‘beren op de weg’?
Gerdien: “Ja, hoe je de methode warm krijgt en houdt onder het personeel. Sommigen hadden de cursus kindertalentenfluisteraar nog niet gevolgd en wisten er daardoor niet veel van af, terwijl anderen dit wel hebben gedaan en genoeg voorkennis hadden. Het is lastig om dan een manier te vinden die ervoor zorgt dat alle medewerkers de methode dagelijks gaan toepassen.” Felicia: “Soms zien ze het ook als iets wat er extra bijkomt.” Lisette voegt toe: “En wij hebben zelf vooral veel geleerd door te ervaren. Dan kan het best moeilijk zijn om je die kennis eigen te maken als je het in vergaderingen of via mails te horen krijgt.”
Wat is jullie bijgebleven en wat nemen jullie mee?
Gerdien: “Het uitvoeren/experimenteren met de kinderen. Hierdoor heb ik veel geleerd over wat wel en wat niet werkt. Het gesprek met Els Pronk was daarop een mooie aanvulling, omdat zij vertelde dat je ook achter talenten kunt komen zonder dat je er een talentennaam aan moet geven. Dat is een mooie ervaring die ik graag meeneem.” Ook Felicia neemt de tips van Els mee: “Ik ben echt gaan kijken naar dat waar kinderen blij van worden. Dat is namelijk al talent!”
Lisette licht toe: “Het is niet een kwestie van talenten herhalen en benoemen en zeggen waar het kind goed in is, het gaat juist om waar het kind blij van wordt. Deze methode kan zulke positieve effecten op een kind hebben en dat vind ik zo mooi. Dan hoorde je de kinderen bijvoorbeeld het lied zingen dat wij daarvoor met ze gezongen hadden. Of je zag dat ze echt blij werden als wij een gesprek met ze hadden over wat ze leuk vinden en daar dan op doorvroegen. Of als collega’s ons een complimentje gaven dat ze het leuk vonden wat we deden.”
Jullie hebben nu een jaar samengewerkt in een interprofessioneel leerteam. Wat maakt leren in een leerteam waardevol?
Felicia: “Het werken met mensen van verschillende opleidingen en dus ook verschillende expertises.” Gerdien vult aan: “Doordat je vanuit verschillende oogpunten naar één onderwerp kijkt, leer je van elkaar. Ik heb dan dus ook vooral geleerd dat je breder moet kijken en verschillende expertises hierin kan meenemen om zo tot een mooi resultaat te komen.”
Lisette: “Ik heb ook ontdekt wat mijn kwaliteiten en valkuilen zijn en hoe we elkaar kunnen aanvullen. Hierdoor, en door alles wat je vanuit de andere opleidingen meekrijgt, ontdek je wat jouw werkwijze is en creëer je een eigen kijk op het werken met kinderen. Tegelijk kun je vanuit al die verschillende perspectieven samen iets heel moois neerzetten. En daarmee ook andere collega’s inspireren. Wij zaten allemaal nog niet heel lang in het werkveld toen wij begonnen met ons onderzoek. Daardoor ben je zelf ook heel ontdekkend bezig, wat zorgt voor een frisse kijk.”
Meer weten?
Bekijk het filmpje van de drie studenten waarin ze vertellen wat ze hebben gedaan, wat een kindertalentenfluisteraar is en waarom talent belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind.



Wie is wie
Voor zowel Felicia (boven), als Lisette was dit het laatste schooljaar: Felicia volgde de opleiding Pedagogisch Educatief Professional (PEP) bij Hogeschool KPZ, Lisette (midden) is opgeleid tot Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker op het Deltion College. Gerdien (onder) zit in het tweede leerjaar van de opleiding Pedagogisch Management Kind en Educatie (PMKE) bij Hogeschool Windesheim.